Beluister deze pagina met proReader

Mijn blog

Vrouwelijk leiderschap

Women who seek to be equal with men lack ambition. (Marilyn Monroe)

 

Hollandse nuchterheid gaat niet goed samen met gevoelens van trots, lijkt het wel. Het mag enkel en alleen om prestaties gaan. Maar worden je prestaties niet bepaald door wie je bent? En mag je dan niet trots zijn op wie je bent? En moet je je verdedigen als anderen je op je vrouw-zijn aanspreken? Vrouw-zijn is weliswaar slechts een deel van wie ik ben, maar ik omarm het net zo als ik al mijn andere identiteiten omarm: de Nederlander, de bedrijfskundige, de Europeaan, de oud-militaire, de Marokkaan, de gepassioneerde danser en de liberaal-democraat. Wij allemaal zijn een combinatie van verschillende identiteiten. Niemand krijgt een prijs of wint een positie enkel en alleen omdat zij vrouw is. Het gaat om het totaal pakket dat jouw succes mogelijk maakt. Als sommigen zich willen richten tot een deel van wie je bent, dan mag dat. Maar de beperkte benadering leggen zij zelf op, niet jij.

 

In tijden van recessie is de vrouwelijke leider geliefd
Bij het vrouw-zijn en leiderschap spelen bepaalde aspecten een rol. Anno 2012 kan ik zeggen dat we wennen aan het feit dat het geslacht er niet meer toe doet of je iets wel of niet kunt of dat je wel of geen leider bent. Maar toch blijkt dat er een verschil is in wat mensen zeggen en wat mensen doen. Uit onderzoek blijkt dat mensen vroeger hun leider kozen mede op basis van fysieke kenmerken, wat vaak betekende een lang, sterke man. Zo’n sterke man kon bij conflicten zijn troepen aanvoeren en de groep verdedigen. Vrouwen waren nooit de leiders van de groep. Dus kiezen voor een sterk mannelijke leider was toen logisch. Maar de samenleving is veranderd en toch hebben we nog steeds zo’n prototype in ons hoofd. We hebben dus nog een weg te gaan, maar ik geloof echt dat het een kwestie van tijd is.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat in tijden van recessies vrouwelijke leiders geliefd zijn. In tijden van crises blijken we geen behoefte te hebben aan zogenaamde sterke leiders, maar juist aan een leider die openstaat voor ideeën, iemand die mensen mee laat denken over de koers. Over het algemeen zijn dat eigenschappen die we meer toedichten aan vrouwen. Vrouwen kunnen beter binden, samenwerken en ze zijn minder uit op macht. Bovendien zijn de tijden veranderd en dat betekent dat nieuw leiderschap nodig is. Kijk maar naar de financiële sector. Als je alleen mannen in de top zet, krijg je meer van wat je had en dat is niet ideaal gebleken. Als je verandering wilt moet je er vrouwen bij hebben.

 

De sleutel tot succes zit in de mix
Ook mannen hebben eigenschappen in huis die vrouwen niet of te weinig hebben. Zo blijken mannen beter te scoren als het gaat om visie. Visionaire leiders blinken uit in het aanvoelen van kansen en bedreigingen, het vereenvoudigen van complexe situaties, strategisch richting geven, inspirerend zijn en open voor vernieuwing en over grenzen heen durven gaan. Vrouwen zijn misschien wel betere leiders dan mannen, maar ze zijn in het algemeen minder visionair. Een mannelijke top zal dus niet helemaal vervangen moeten worden door vrouwen, maar de sleutel tot succes zit in de mix. Diversiteit dus.

Visie, charisma en oog voor behoeften van individuen. Leiders die dit soort mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten in huis hebben en die ze weten te combineren hebben de toekomst in handen. Hier ligt een kans voor vrouwelijke leiders. Een vrouw die met al haar identiteiten erin slaagt nieuw leiderschap neer te zetten, streeft niet langer naar gelijkheid tussen man en vrouw, maar gaat een stap verder.

 



Machteloos toezien?

Op Giro 555 is in juli 18,9 miljoen euro binnengekomen voor de slachtoffers van de hongersnood in de Hoorn van Afrika, daar zijn we heel erg blij mee. Maar waarom alwéér? Dat is het gevoel dat bij veel mensen leeft bij het zien van de verschrikkelijke beelden uit de Hoorn van Afrika. Waarom alweer die beelden van wanhopige moeders, van hongerende kinderen, van kampen en stof en ellende? Hebben we dan helemaal niets geleerd van de laatste keren? Hebben zij niets geleerd? En als we nu alweer geld geven, hoe weten we dan dat het goed terecht komt en dat we niet over een paar jaar weer…? Er is machteloosheid over zoveel ellende. En misschien ook wel wantrouwen.

 

Laten we vooropstellen dat wij vinden dat directe hulp nu móet. De nood zwelt aan, de honger en ellende zijn gigantisch en op zo’n moment is er maar één reactie mogelijk: financiële en technische hulp aan mensen in nood. Dat wil zeggen dat Nederland en Europa ruimhartig moeten bijspringen.

 

Maar we moeten ook verder kijken dan noodhulp. We moeten meer doen dan het sentiment voeden met de focus op Somalische milities en acties van giro 555. Wanneer we blijven hangen bij piraterij in de golf van Aden en mislukte oogsten dan gaan we armoede zien als een crisis. Armoede is geen crisis, het is een situatie die al decennia lang structureel voortwoekert. Het wordt tijd dat we ons concentreren op zaken die verder gaan dan een doekje voor het bloeden. Nederland moet hierin een voortrekkersrol spelen. Omdat we niet passief kunnen toekijken bij massaal lijden. En omdat een een stabiele, rechtvaardige en duurzame wereld ook voor Nederland belangrijker is dan ooit.

 

Er is de afgelopen tijd gesproken over bijstand in de vorm van kennis en de Nederlandse expertise op het gebied van water en voedselzekerheid. Juist in een tijd waarin dit kabinet 810 miljoen extra bezuinigt op de allerarmsten in ontwikkelingslanden is de aandacht voor ‘wat wij als Nederland alleen kunnen doen’ misplaatst. Met één of twee deeloplossingen en steeds minder geld komt niemand een stap vooruit. In plaats van in ons eentje aangeven wat wij precies waar gaan oplossen zijn ontwikkelingslanden meer gebaat bij onderlinge afstemming tussen en samenwerking met andere donoren. D66 pleit voor internationale oplossingen voor internationale problemen en pleit daarom, ook op dit terrein, voor meer Europese samenwerking. De Europese Unie, met bijna 50 miljard euro per jaar de grootste mondiale speler als het gaat om ontwikkelingssamenwerking, zou in de toekomst niet langer een 27e donor moeten zijn, maar moet een coördinerend orgaan worden voor alle individuele donoren. Niet alleen mogen ontwikkelingslanden meer afstemming verwachten; donoren moeten meer afstemming eisen. Iedere euro moet namelijk effectief worden besteed. Geen hobbyprogramma’s per donor meer, maar een gedegen, brede aanpak per land.

 

Dat betekent maatwerk per land. ‘Afrika’ bestaat niet. Ieder land, iedere regio, heeft zijn eigen specifieke problemen. Afrika heeft een aantal van de snelst groeiende economieën ter wereld, zoals Nigeria (waar het weliswaar wemelt van de corruptie, maar wel een land met boven de 8% groei in 2010, al merken de straatarme inwoners daar weinig van), maar ook een ‘falende staat’ als Somalië. Waar Somalië geholpen kan worden door een 3D benadering (“Defence, Diplomacy and Development”), en niet alleen een pure defensiebenadering zoals tot nu toe het geval is, zijn andere landen meer gebaat bij ondersteuning op economisch, democratisch of infrastructureel vlak. Door te schermen met de expertise van Nederland en ons eigen bedrijfsleven is de kans groot dat problemen worden teruggebracht tot de dingen die Nederland wil doen. Als we daar arriveren met een hele grote hamer, zal het moeilijk zijn iets anders dan spijkers te vinden. Gelukkig, en dat lijkt in de huidige discussie wat ondergesneeuwd te raken, hebben mensen in de regio zelf vaak uitstekende ideeën over wat er beter zou moeten. D66 gelooft in de eigen kracht, oplossingen en ideeën van mensen en wil dus dat hún prioriteiten de kern van de aanpak vormen, niet datgene dat wij als Nederland kunnen bieden. Vraaggestuurd werken moet het credo zijn.

 

Natuurlijk zal ontwikkelingssamenwerking alléén de problemen in de regio niet oplossen: investeringen, handel en financiële bijdragen van Afrikanen in de diaspora zijn nu al vele malen groter dan het totaalbedrag aan ontwikkelingsgelden. Aan de andere kant zijn er helaas ook heel veel zaken die, zowel financieel als qua beleid, alles wat er aan ontwikkeling wordt gedaan meer dan te niet doen. We ondersteunen Afrikaanse boeren om meer en betere producten te verbouwen, maar door de Europese landbouwsubsidies en allerlei handelsbelemmeringen (Europese boeren krijgen momenteel ruim 40 miljard euro aan directe inkomenssubsidies) is het voor diezelfde boeren nog steeds onmogelijk hun producten naar Europa te exporteren. We investeren veel geld in het verbeteren van de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, maar laten ook toe dat Europese bedrijven in Afrikaanse landen vrijwel ongecontroleerd dubieus geneesmiddelenonderzoek kunnen doen. We geven budgetsteun aan overheden, maar laten toe dat Europese bedrijven belastingen ontduiken in de ontwikkelingslanden waar ze zaken doen. D66 wil daarom de landbouwsubsidies halveren, budgetsteun moderniseren, en belastingontduiking aanpakken.

 

We moeten stoppen met de ene hand te geven en met de andere dubbel terug te pakken. Door het verbeteren van de coherentie tussen ontwikkelingsbeleid en ander beleid kunnen we ontwikkelingslanden een daadwerkelijk eerlijke kans geven en de groei die er in bepaalde landen in zit, stimuleren in plaats van remmen. Binnen de D66 fracties in Den Haag en Brussel zetten we daarom duidelijke lijnen uit van voorstellen tegen handelssubsidies, tot moties over maatschappelijk verantwoord ondernemen voor multinationals tot voorstellen voor ondersteuning van Somalië die verder gaan dan afstraffing van piraterij. Het opbouwen van middenklasses bijvoorbeeld leidt tot minder verschil tussen rijk en arm. Daarnaast kunnen middenklassen vrijer denken: ze zijn minder afhankelijk van hulp of kerk. Een ander belangrijk punt: er moeten meer meisjes naar school. Dit leidt direct tot minder armoede, minder jong kinderen krijgen en minder afhankelijkheid van mannen. Nieuwe technologien kunnen, hoe gek dat ook klinkt in een straatarme regio, ook hulp bieden. Via mobiele telefoons kunnen bijvoorbeeld vraag en aanbod worden afgestemd voordat iemand 4 uur naar een markt loopt.

 

Bovenstaande punten zijn niet nieuw, noch zijn ze een kant-en-klaar recept om dit soort crises voor altijd te voorkomen. Waar het om gaat is het fundamenteel hervormen van de manier waarop hulp wordt geboden, in plaats van te komen tot weer nieuwe thema’s, modewoorden en deeloplossingen. Bovenstaande punten vertegenwoordigen daarom een eerlijker manier om over oplossingen te praten: complexer misschien, genuanceerder, maar ook met zaken die we hier kunnen doen – meer dan alleen geld schenken- om mensen daar daadwerkelijk vooruit te helpen. Machteloos toezien is niet nodig.

 

Wassila Hachchi (D66-Tweede Kamerlid)

Marietje Schaake (Europarlementariër D66)



Maak vrouwen spil in armoedebestrijding

Op donderdag 16 juni heeft de Tweede Kamer het nieuwe regeringsbeleid voor ontwikkelingssamenwerking besproken. De Kamer besteedt terecht veel aandacht aan de positie van vrouwen in ontwikkelingslanden. Vrouwen worden vaak extra hard getroffen door armoede, conflicten en gebrek aan voedsel of schoon water. Internationaal bestaat eveneens brede consensus over de belangrijke rol die vrouwen tegelijkertijd kunnen spelen bij het oplossen van deze problemen.

 

Volgens berekeningen van OECD DAC kan de landbouwproductiviteit in Sub-Sahara Afrika met wel 20 procent stijgen als vrouwen daar gelijke toegang tot landbouwgrond, zaaigoed en kunstmest zouden krijgen. Ook de Arabische lente geeft blijk van een legio aan dappere vrouwen, die strijden voor vrijheid, gerechtigheid en volledige politieke en economische participatie. Kortom, weg met het slachtofferdenken.

 

Goede voornemens alleen zijn blijkbaar niet genoeg om het hardnekkige beeld van vrouwen als slachtoffers te doorbreken en hun écht te gaan zien als krachtige medestanders in de strijd tegen armoede. Een specifiek en structureel beleid gericht op de rol en positie van vrouwen is hiervoor nodig. Dat is dus iets anders dan vrouwen als welhaast obligate paragraaf toe te voegen in de beleidsbrieven van de regering. Er is een grondige analyse nodig, en een voortdurend waakzaam blijven op de mogelijk nadelige effecten van ander beleid op de positie van vrouwen. Vrouwen zijn de motor voor het bevorderen van zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van ontwikkelingslanden.

 



Het Caribisch deel van het Koninkrijk

Wanneer je samenwerkt en elkaar helpt is hetgeen gebeuren moet sneller en beter gedaan

 

Als woordvoerder Koninkrijksrelaties voor D66, wil ik graag een zo goed mogelijk beeld hebben van de zes eilanden. Aangezien het voor mij niet mogelijk was in het mei reces alle zes de eilanden in één reis te bezoeken, heb ik eerst de drie benedenwindse eilanden bezocht. Een volgend reces ga ik naar de eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba.

 

Voordat ik richting het Caribisch deel van het Koninkrijk vertrok, heb ik mij ingelezen in de geschiedenis van de eilanden en de relatie met Nederland. Hier begon mijn besef dat de eilanden wezenlijk van elkaar verschillen. Niet alleen de geschiedenis, maar ook de eilanden en de mensen op de eilanden verschillen van elkaar. Terwijl vanuit Nederland, zo ook in de politiek, vaak gesproken wordt over de Antillen of de West, alsof het één geheel is. Ook is het opvallend dat er in de Tweede Kamer bijna alleen over het Koninkrijk wordt gesproken als er iets mis gaat op de eilanden. Vaak gaat het dan om één ding: hoe kan Nederland ingrijpen. Maar waarom spreken we niet vaker over de relatie tussen Nederland en de eilanden? Hoe kunnen we beter met elkaar samenwerken om voor elk deel van het Koninkrijk tot kansen, welvaart en welzijn te komen? Waar willen we naar toe, hoe zien we de toekomst? We moeten samen het Koninkrijk vorm geven en dat kan als we elkaar serieus nemen. Voor D66 blijft het uitgangspunt daarbij het motto van koningin Wilhelmina: “Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”.  

 

4-6 mei

Mijn reis begon op Aruba. Na het eiland zelf ontdekt te hebben, heb ik de gouverneur, parlementsleden en de minister-president gesproken. We hebben van gedachten gewisseld over actuele zaken, waaronder de visie op het Koninkrijk. De minister-president lichtte een tipje van de sluier over de projecten die Aruba gestart is om toekomstgericht nieuwe kansen aan te boren. Zoals een proeftuin voor duurzame energie en inzet van Nederlandse bedrijven op het eiland, zoals Schiphol en de GasUnie.

 

De ambitie van de Arubanen kwam ook duidelijk naar voren tijdens een uitgebreide rondleiding bij de expositie van de aankomende vernieuwingen op het eiland, waaronder verbeterprojecten in woonwijken van San Nicolas. Verder heb ik op Aruba een aantal inspirerende eilandbewoners mogen ontmoeten, met ieder een eigen verhaal en eigen ervaringen. Eén daarvan was een vrouw die zich jaren heeft ingezet voor jeugdzorg en vrouwenemancipatie. Zij gaf aan dat de vrouwen op het eiland nog een weg te gaan hebben, als het gaat om arbeidsparticipatie maar ook zaken als weerbaarheid. Huiselijk geweld is een van de problemen waar gezinnen op het eiland mee kampen.

 

 

7-9 mei

Na een korte vliegreis ben ik op Curaçao geland. Dit eiland kende ik nog goed uit de tijd dat ik bij de Koninklijke Marine werkte. Toch heb ik deze reis Curaçao op een andere manier leren kennen.

 

In Willemstad heb ik een prettige kennismaking gehad met de gouverneur. Ook heb ik Curaçaoënaars gesproken die na jaren in Nederland gewoond te hebben terugverhuisd zijn naar “hun” eiland. Helaas is de belangrijkste reden om terug te keer de verharding in de Nederlandse politiek en daarmee in de samenleving. Mensen voelen zich minder thuis in Nederland en dat terwijl ze de Nederlandse nationaliteit hebben, als Curaçaoënaar. Aan de ene kant vind ik het jammer dat deze mensen Nederland verlaten, vooral de reden waarom, maar aan de andere kant is het juist goed dat mensen met opleiding, ervaring en passie op Curaçao komen wonen. Zij kunnen zich inzetten voor het eiland, om Curaçao vooruit te helpen. Dat was ook de belangrijkste boodschap van de oud-politici die ik op het eiland gesproken heb.

 

Op Curaçao heb ik ook een bezoek gebracht aan de ISLA-raffinaderij. Een betrokken eilandbewoner die zich al ruim 16 jaar inzet voor aanpak van de vervuiling door de raffinaderij nam me mee, ook naar Marchena, een woonwijk waar mensen letterlijk in de rook en stank van de ISLA-raffinaderij leven. Ik vond het zorgwekkend dat mensen jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden leven. Kinderen, mannen en vrouwen ademen stoffen in die kankerverwekkend zijn. Ik begreep in eerste instantie niet waarom bestuurders en politici op Curaçao hier niet veel eerder wat aangedaan hebben. Pas na meerdere gesprekken met verschillende personen zag ik in dat de zaak ingewikkeld in elkaar zit en dat verschillende belangen met de raffinaderij zijn gemoeid.

 

10 -12 mei

Na een nog kortere vliegreis ben ik bij het laatste eiland van mijn reis aangekomen, Bonaire. Bonaire is een van de drie eilanden die sinds 10 oktober 2010 een bijzondere gemeente van Nederland is geworden. Het mag duidelijk zijn dat wetten en regelgeving gebaseerd op Nederland, in de praktijk niet altijd wenselijk uitpakken op eilanden in het Caribische gebied. In Willemstad heb ik twee mensen gesproken die op Saba wonen. Zij gaven aan dat het belastingstelsel op Saba in de praktijk tot een behoorlijke achteruitgang leidt. Saba is geheel afhankelijk van import en door de invoering van de huidige belastingen stapelen de bedragen op, waardoor basisbehoeften zoals voedsel drie keer zo duur worden. Tel daar de financiële achteruitgang van gepensioneerden en een mogelijke afwenteling van het werkgeversaandeel premie voor volksgezondheid bij op, en je begrijpt dat de 1500 mensen op Saba zich afvragen waar Nederland mee bezig is. Op Bonaire heb ik kennisgemaakt met de kersverse Rijksvertegenwoordiger van de BES-eilanden. Ik heb meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om over de zorgpunten van de eilanden te spreken.

 

Ook heb ik op Boniare een les Nederlands mogen geven op de San Bernardo School. De school heeft het predicaat “zwakke school”. Maar gezien de financiële beperkingen vind ik de school het uitstekend doen. De directrice, leraren en vrijwilligers, ze zetten zich allemaal met heel hun hart in om de kinderen een basis te geven voor een goede toekomst. Nederland zou ook zich met dezelfde passie en het bijbehorende geld moeten inzetten om het onderwijsniveau van alle drie bijzondere gemeenten om hoog te krijgen.

 

Verder heb ik een enthousiast stel gesproken dat zich inzet voor behoud van getalenteerde mensen voor het eiland, stichting Ban Boneiru Bek. Veel Bonairianen, maar ook mensen van de andere eilanden, gaan naar Nederland om te studeren en komen niet terug naar de eilanden. Terwijl de eilanden juist behoefte hebben aan getalenteerde (jonge) mensen, die hart hebben voor het eiland en willen bijdragen aan de opbouw van de eilanden. Goed bestuur wordt haalbaarder als deze mensen met een diploma op zak aan de slag gaan op de eilanden. Op verschillende manieren kan Nederland bijdragen om terugkeer aan te moedigen, zoals aantrekkelijke regelingen voor studieschuld of traineeprogramma’s.

 

Een bezoek aan de stichting Porta Habri heeft mij geraakt. Bij Porta Habri zetten ze zich met hart en ziel in voor de jeugd op het eiland. Op Bonaire kennen ze de harde realiteit van kindermishandeling en kindermisbruik. Door de vele alleenstaande moeders, met veel kinderen, vaak ook nog van verschillende mannen, ontstaan gezinssituaties die zorgelijk zijn. Uiteindelijk draait het welzijn van een kind om één ding: aandacht.

 

Op Bonaire heb ik ook kunnen zien, voelen en ervaren waarom natuurbescherming op de eilanden zo belangrijk is. Dutch Caribbean Nature Alliance heeft mij een bijzondere tour aangeboden langs adembenemende plekken op het eiland. Aangezien op Bonaire nog geen plannen zijn vastgelegd over de grenzen van verdere uitbouwen van woonwijken en met name toeristisch gebied, is het van belang aandacht te blijven vragen voor de natuur. Economische groei en natuur gaan prima hand-in-hand, mits goed geregeld.

 



Brief aan minister Hillen

Geachte minister Hillen,

 

Vorige maand stelde de Kamer u vragen over een artikel in de Volkskrant over integriteitschendingen bij de Defensie Materieel Organisatie in Den Haag. Op de vraag of er meer van zulke gevallen zijn antwoordde u stellig: nee. Maar zaterdag 5 maart publiceerde de Volkskrant een artikel over nieuwe integriteitschendingen. Dit keer bij Defensie Materieel Organisatie in Den Helder. 

 

Het debat van woensdag 9 maart was een moeilijk debat voor u. En terecht. Of u nu wist van de andere gevallen of niet, u heeft een probleem. Een probleem met de Kamer die onjuist is geïnformeerd. Of een probleem met uw ambtelijke top die uw gezag niet accepteert.

 

U zei van niets te weten en dat uw top de andere gevallen "vergeten" was, maar dat dit niet betekent dat zij het "onder de pet probeerden te vegen". Ik begrijp uw reactie. U wilt voor uw mensen staan, u wilt het imago van defensie beschermen. Maar, minister, ziet u dan niet dat u slechts voor twee van uw mensen bent gaan staan en al uw ander personeel in de kou zet? En ziet u niet dat u juist degene bent die het imago van defensie schade berokkent door berichten in de media over integriteitschendingen niet vóór te zijn? Wellicht kunt u deze twee vragen niet helemaal volgen. Laat ik ze toelichten.

 

Leidinggevenden en zeker bij defensie, zijn meer dan een voorbeeld voor andere medewerkers. Als een leider zich open, eerlijk, niet conflictmijdend, oprecht, integer, rechtvaardig, niet angstig gedraagt en zich kwetsbaar durft op te stellen, dan volgen zijn mensen. En daarmee komt een cultuur binnen de organisatie tot stand, waarin die eigenschappen gemeengoed zijn. Leidinggevenden in alle lagen van de organisatie, zo ook uw secretaris-generaal en directeur defensie materieel organisatie bepalen de cultuur binnen defensie. Ik geloof u als u zegt dat de twee topambtenaren “niets onder de pet probeerden te vegen”. Aan u om te bepalen welk van de genoemde eigenschappen ontbrak en ontbreekt binnen uw organisatie. Als ik u één advies mag geven, neem geen genoegen met half werk, alle militairen en burgers die bij defensie werken verdienen leiders die alle genoemde eigenschappen machtig zijn.

 

U heeft mij woensdag zwaar teleurgesteld omdat u als politiek leider niet heeft aangetoond alle eigenschappen te bezitten. Maar ik geef u het voordeel van de twijfel: u bezit ze wel, maar ze kwamen niet uit de verf, omdat u persoonlijk niet overtuigd bent dat in bepaalde onderdelen van defensie meer aan de hand is. Dat brengt mij bij mijn tweede vraag.

 

Als er meer onderdelen binnen defensie zijn waar diefstal, machtsmisbruik, illegaal verkoop materieel, ongeoorloofde afwezigheid etc. voorkomt, dan is er een patroon. Dan is er meer aan de hand. En begrijpt u mij niet verkeerd, als geen ander weet ik dat defensie een bijzondere organisatie is waar integere militairen en burgers werken en dat dit soort misstanden uitzonderingen zijn. Maar de misstanden zijn geen “incidenten”. Iedereen en niet in de laatste plaats het personeel van defensie heeft baat bij een grondig onderzoek om te weten hoe dit soort dingen kunnen gebeuren en om dit echt aan te pakken. De tijd dat de defensietop dit zelf kan onderzoeken en aanpakken, is voorbij. Als zelfs u ontkent dat er meer aan de hand is, dan weet ik wat er uit een nieuw intern onderzoek onder leiding van een generaal buiten dienst gaat opbrengen. Een onafhankelijk onderzoek door de Algemene Rekenkamer waarbij de Kamer betrokken wordt, is belangrijk ook omdat hierdoor krantenartikelen niet meer leidend zijn. Juist het bagatelliseren van wat er aan de hand is, zorgt ervoor dat klokkenluiders de kranten bellen en het imago van defensie als geheel geschaad wordt.

 

De media hebben daarmee de leiding en niet u noch uw ambtelijke top. En juist wat u zegt te willen voorkomen gebeurt: het imago van defensie wordt geschaad. In het laatste artikel over CAMS Force Vision werd er over de Marine geschreven, alsof heel de Marine niet zou deugen. Dit wilt u voorkomen en ik ook. En laat ik het eens omdraaien: als het incidenten zijn, dan kan een onafhankelijk onderzoek dit aantonen en dan bent u en defensie met u voor eens en voor altijd af van die krantenkoppen.

 

Minister, ik geloof niet dat het incidenten zijn. De gevallen die bekend zijn vertonen overeenkomsten. Dat betekent niet dat de gehele defensieorganisatie niet deugt of dat alle militairen en burgers die bij defensie werken niet deugen.

 

Mijn fractie roept u op, minister Hillen, gooi de ramen en deuren van defensie open. Een echt onafhankelijk onderzoek, niet om weer nieuwe regels te verzinnen, maar door openheid te bereiken. Openheid verandert de houding van mensen. Openheid verandert het gedrag van mensen. En openheid zorgt er ook voor dat defensie het imago krijgt dat het verdient.

 

Hoogachtend,

 

Wassila Hachchi

D66-fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

 



Ambitie en samenwerking

We worden allemaal geconfronteerd met een reeks grootse kansen, op schitterende wijze vermomd als onoplosbare problemen.

(John W. Gardner)

 

In de campagnetijd kwam het rapport Verkenningen uit. Als defensiewoordvoerder in spé voor D66 was ik hier erg blij mee. Eindelijk ligt de informatie op tafel om met mijn collega-politici over de toekomst van ons defensieapparaat te discussiëren en zo de ambitie te bepalen die ons land en daarmee onze krijgsmacht past. Een ambitie die houdbaar is voor de lange termijn. Dat de economische crisis bezuinigingen vraagt en dat het onwaarschijnlijk is dat defensie uitgesloten blijft in een bezuinigingspakket van 18 miljard, dat kan een ieder begrijpen. Maar dat de discussie over de ambitie van onze krijgsmacht zo makkelijk van tafel geschoven wordt, heeft mij verbaasd. Dat “een beetje minder van alles” nu echt niet meer kan, is evident. Een gouden kans ligt voor om aan de hand van de Verkenningen een keuze te maken voor de toekomst van ons land. Met bijbehorende krijgsmacht.

 

De keuze voor de ambitie van onze krijgsmacht zou in eerste instantie los van bezuinigingen afgewogen moeten worden. Hoeveel geld een ambitiekeuze kost of bespaart hoort de tweede stap te zijn. Dit is in ieder geval de manier waarop mijn partij een visie gekozen heeft voor onze krijgsmacht. En dat deze visie in tijden van bezuinigingen geld kan opleveren, is dan slechts mooi meegenomen.

 

Maar wat is de visie van D66? Nederland staat voor vrije handel, mensenrechten en democratie. Hieruit vloeit een belangrijke taak van de overheid, het streven naar en realiseren van veiligheid, stabiliteit en welvaart. Onze belangen strekken zich uit tot ver over onze landsgrenzen. Simpel gezegd: het lot van de wereld is ons lot. De krijgsmacht die hierbij aansluit heeft het bevorderen van de internationale rechtsorde als focus. Dat betekent niet dat het beschermen van het Nederlands grondgebied en het optreden bij rampen en calamiteiten niet tot de defensietaken behoort, maar dat de aandacht en inrichting van de krijgsmacht meer gericht is op de handhaving van de internationale rechtsorde, op alle lagen van het geweldsspectrum. Hierbij valt te denken aan deelneming aan stabilisatieoperaties en meer militaire samenwerking met andere landen.

 

Militaire samenwerking met andere landen gebeurt al, maar nog lang niet genoeg. De Verkenningen laten duidelijk zien dat Nederland niet zonder de Europese samenwerking kan. Het argument dat Europees militaire samenwerking niet lukt vanwege de politieke wil van landen, is achterhaald. Meer dan ooit worden Europese krijgsmachten geconfronteerd met de noodzaak van samenwerking. Begin juli informeerde de Franse minister van Defensie Morin het nationale parlement dat afhankelijkheid in de bilaterale samenwerking met Groot-Brittannië niet uitgesloten is. Zelfs de Fransen, lange tijd geneigd tot een chauvinistische defensieoptiek, komen tot inzicht. In Europa zal onderlinge afhankelijkheid - ook wel “taakspecialisatie” genoemd – gemeengoed worden. Hoe?

 

Het zal beginnen door samenwerkingsverbanden van kleine groepen landen die gelijkgezind zijn. Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland zijn hier voorlopers in. De krijgsmachten van deze landen werken nauw samen en zoeken zelfs naar wegen tot integratie. Voor Nederland ligt een samenwerking met bijvoorbeeld België, Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk voor de hand. Uiteraard is het belangrijk dat het buitenlandbeleid van de Europese landen naadloos aansluit bij het defensiebeleid. De Europese Veiligheidsstrategie en het NAVO Strategisch concept bieden het algemene kader. Aan Nederland en de andere landen de taak hier zelf invulling aan te geven.

 

De Verkenningen spreken terecht van een veranderende en onzekere wereld. De scenario’s zijn geen voorspellingen, maar bieden slechts een handvat voor politici om een visie te ontwikkelen. We moeten daarbij niet vergeten: de toekomst wordt bepaald door de keuzes in het heden. D66 heeft een visie en anderen kunnen hier kritische kanttekeningen bij plaatsen of een andere visie hebben. Het gaat erom dat de politiek over visies discussieert en keuzes maakt. Niet afwachtend omdat het moeilijk is en de onzekerheid overheerst. “Better be roughly right than precisely wrong”.

 



Tijd om me te verdiepen

Ik ga het reces vooral gebruiken om me in te werken. De eerste paar weken waren vrij hectisch. Na de campagne gingen we meteen door. Donderdag 17 juni was mijn beëdiging en moest ik meteen aan de bak. Plenaire debatten, algemene overleggen en wetgevingsoverleggen. Direct in het diepe. Dat was ook het advies van fractiegenoten: ‘meteen aan de slag, dan leer je het vanzelf.

In de vingers
Wat dat betreft komt het reces op het goede moment. Ik heb ruim 2 weken mee kunnen draaien in het vergaderproces. Voldoende tijd om de procedures in de vingers te krijgen. Maar het was ook erg druk. Alles ging vrij snel. Wanneer heb ik welk debat? Waar moet ik zijn? Hoeveel spreektijd heb ik? Onze fractiemedewerkers hebben overuren gedraaid om ons de weg te wijzen en ook collega-Kamerleden hielpen me.

Verdiepen

Het reces is een goede periode om rust te pakken. Om straks weer vol aan de bak te kunnen. Nu heb ik tijd om me te verdiepen. Inhoudelijk, door me in te lezen in Kamerstukken en achtergrondinformatie, maar ook om op werkbezoek te gaan. Als woordvoerder Defensie ben ik bijvoorbeeld bezig met de veteranenwet. Dat is niet alleen inlezen, maar ook de veteranen zelf spreken.

Thuisvoelen
Volgende week ga ik bijvoorbeeld op bezoek bij een veteranenhuis. Daarnaast nodig ik deskundigen uit voor een gesprek hier in de Tweede Kamer. Ik ga dus veel op pad, maar ik werk ook regelmatig in het Tweede Kamergebouw. Ik moet natuurlijk mijn werkomgeving ook beter leren kennen en me hier thuis gaan voelen.

Indelen

Het voordeel van een reces is dat ik zelf mijn tijd kan indelen. Tijdens vergaderweken zit er meer druk op. Je tijd wordt grotendeels bepaald door de vergaderagenda. Je moet debatten voorbereiden, spreekteksten opstellen. Het reces geeft meer ruimte. Er is nog steeds veel te doen, maar je kunt zelf je tijd beter indelen.

Uitnodigingen

Tijdens het reces blijft de post binnenkomen. Als je een dag je post niet ophaalt, zit je meteen met een enorme stapel. Ik krijg bijvoorbeeld veel uitnodigingen, waarbij ik goed moet kijken waar ik wel of niet naar toe moet of wil. Zondag 11 juli was ik bijvoorbeeld bij de Srebrenica-herdenking op het Plein in Den Haag.

Vakantie

Een vakantie heb ik niet echt gepland. Het thuisfront vond dit prima: ‘concentreer jij je maar op je nieuwe job’. Als het lekker weer is, ga ik misschien nog wel een dagje naar het strand. En ik houd van varen, dus misschien gaan we nog een weekje naar Friesland.

 



Mijn maidenspeech: Paspoortwet 23 juni 2010

Voorzitter.

 

Vandaag is het zover. Mijn maidenspeech. Niet over een onderwerp waar ik veel van af weet. Maar dat geeft niet. Gelukkig kom je met gezond verstand een heel eind. Graag deel ik het standpunt van mijn fractie.

 

Wat betreft het voorliggende wijzigingsvoorstel van de Paspoortwet, kan de D66-fractie de intentie ondersteunen.

Recht moet gedaan kunnen worden.

Wel heb ik nog vragen over de implementatie, ‘hoe gaat het werken’ in de praktijk en wat toepassing van de weigeringgrond betekent voor bilaterale relaties met de landen in kwestie.

 

Laat ik beginnen bij de Memorie van Toelichting waar wordt gerefereerd aan het afgeven van vervangende paspoorten aan van handel in kinderporno verdachte Nederlanders door het consulaat generaal in Brazilië. Dit werpt bij mij de vraag op of het niet al zo is dat er contact met de lokale politie had moeten zijn bij een dergelijke situatie, omdat in dit soort gevallen bewijs van aangifte van een vermist paspoort een vereiste is?

En omdat deze casus zo nadrukkelijk als aanleiding wordt gepresenteerd, verzoek ik de Minister om een nadere toelichting over wat er precies anders had moeten gaan in die situatie. Is de procedure het probleem, of was dit zonder ambtelijke fout wel goed gegaan? Het ging toen om een vervangend paspoort, dus de facto was in dat geval het paspoort al ingenomen door Brazilië.

 

Verder wordt gesteld dat de invulling van de beslissing om wel of niet een paspoort te weigeren of te laten vervallen, begint met een signalering vanuit de ministers van Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken. Maar op pagina 3 van de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat ook zonder kennisgeving door de lokale autoriteiten bij aanwezigheid van het vermoeden tot vluchtgevaar de Nederlandse vertegenwoordiging actie kan ondernemen.

Klopt het dat iemand kan worden toegevoegd aan het register zonder een bericht van het land waar ze verdacht worden als aanleiding? Zo ja, in welke mate wordt een proactieve identificatie van verdachten verwacht van onze ambtenaren ter plaatse? Of is het zo dat een ambassade een paspoort voorlopig kan laten vervallen zonder inzet van de signalering?

En om hoeveel gevallen gaat het naar verwachting?

 

Wat betreft de inzet van de weigeringgronden heb ik ook vragen.

Wordt de afweging over de kwaliteit van een rechtssysteem van geval tot geval gemaakt of generiek voor een land voor een bepaalde tijdsperiode, een soort spreekwoordelijke ‘zwarte lijst’? Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat iemand met voldoende middelen in sommige landen een betere behandeling kan afdwingen.

En als de afweging per situatie gemaakt wordt, komt deze dan ter plekke te liggen of wordt eigenlijk altijd een beroep gedaan op een politieke afweging in Den Haag?

Verder kan ik mij voorstellen dat een impliciet oordeel over de kwaliteit van de rechtsgang of de ziekenhuizen in een land, slecht valt in de bilaterale relatie. Aangezien de taak van de vertegenwoordiging deels ligt in het onderhouden van die goede relatie, komt deze afweging dan niet onder druk te staan?

 

Voorzitter, vaak werkt een concrete casus verhelderend. Daarom vraag ik de Minister helder te maken hoe bijvoorbeeld de procedure zou verlopen in de situatie van Joran van der Sloot, die door het Peruviaanse rechtssysteem verdacht wordt. Er is breed commentaar geweest in de media over de wijze waarop Van der Sloot behandeld wordt en eventueel bij een veroordeling behandeld zal worden in de gevangenis, en over de kwaliteit van de rechtsgang. Hoe zou het nieuwe systeem werken voor zo’n situatie?

 

Voorzitter, ik sluit af.

 

De D66-fractie ondersteunt de intentie van de wet. Maar we hebben wel de nodige vragen en kijken dan ook uit naar nadere toelichting van de Minister.

 

Dank u wel.



Waarom D66?

 

Als alle politieke methoden mislukken, probeer het dan eens met nadenken. (Boyson)

 

Denk goed na en oriënteer je alvorens je stem uit te brengen. Om mij heen zie ik dat mensen dat ook doen. Gelukkig. Velen vragen mij: “Waarom D66?”.

Op z’n militairs gezegd: luister uit.
 
Een van de belangrijkste redenen voor mij om D66-
volksvertegenwoordiger te worden is het staan voor èchte vrijheid. Jouw en mijn vrijheid. Wij weten zelf wat we willen, wat goed voor ons is en laat ons vooral onszelf zijn. Leef en laat leven. Geen hypocriete vrijheid of alleen-mijn-en-niet-jouw-meningsuiting.
 
Verder heeft D66 plannen zodat jij en ieder ander een eerlijke kans heeft op een baan, een opleiding en een huis. Solide plannen die toekomstgericht zijn. Geen loze beloftes, geen praatjes naar de mond
van de kiezer om alleen op 9 juni jouw steun te krijgen. En ook geen plannen die rekening houden met slechts een deel van onze mensen.

D66 heeft plannen die verbeteringen betekenen voor jong, oud, arm, rijk, autochtoon, allochtoon, name it! Niks links of rechts, NEE: D66!
 
D66 maakt eerlijke keuzes, voor nu en later. D66 is daar duidelijk over. Of het nu gaat om een duidelijke NEE tegen PVV. Of om een keiharde keuze voor groene energie. Of het nu gaat om een woningmarkt
van deze tijd creëren. Of om onze vastgeroeste arbeidsmarkt mobieler te maken.
 
Jij weet NU wat je aan mij en mijn collega's hebt. Welke plannen we hebben om ons land vooruit te helpen, om de economie (duurzaam) vooruit te helpen, om een ieder ongeacht inkomen, leeftijd, afkomst of wat dan ook, een eerlijke kans te geven op een goed leven.
 
Nederland is ons land en ik ga me hard maken voor een mooie, succesvolle toekomst, morgen maar ook over 30 jaar en verder! Want daar waar anderen alleen aan de verkiezingen denken, denkt D66 aan de volgende generatie.

 
Daarom, D66.

 



Burgerparticipatie

Democratie is als een vlot. Het zinkt niet, maar je hebt wel altijd natte voeten. (Russell Long)

 

Wie weet beter wat goed is voor de buurt dan bewoners zelf? Daarom vind ik dat de overheid moet samenwerking met haar mensen. Burgerparticipatie wordt te vaak gezien als ‘georganiseerd verzet’, terwijl het grote voordelen met zich mee kan brengen alleen al door draagvlak.


De overheid moet een andere houding innemen tegenover kritische, meedenkende mensen. Burgerparticipatie is meer dan een buurtwerker of een spannende nieuwe werkvorm. Uiteindelijk vergt het een omslag. Denken in: ‘Hoe kan ik u daarbij helpen’ in plaats van “Maar dat gaat zomaar niet!”. Voor mij is burgerparticipatie aansluiting vinden bij initiatieven die er leven bij mensen. Want mensen zijn creatief en hebben goede ideeën.

 

Er zijn praktijkvoorbeelden. In de gemeente Dordrecht mogen buurtbewoners meedenken over besteding van 600.000 euro voor de wijk Stadspolder. Meer geld voor parkeren of juist voor jongeren?  In Breda kunnen inwoners hun wensen op een website zetten. Bij voldoende ‘pluimen’ van anderen bekijkt de gemeente mogelijkheden voor realisatie.

 

Maar we zijn er nog niet. Mensen hebben ergernissen over burgerparticipatie. De belangrijkste ergernis is dat de politiek al besloten heeft. Het te laat betrekken van mensen is een andere klacht. Er is wel sprake van inspraak, maar de momenten waarop het relevant is gaan ongemerkt voorbij. Doorslaggevende beslissingen worden genomen in een fase waarop je nog geen flauw benul hebt dat er iets ingrijpends in je directe leefomgeving gaat gebeuren.

 

D66 wil vooruit met burgerparticipatie. De overheid moet zich ècht interesseren voor de burgerinbreng en mensen tijdig en volledig informeren. Betrokkenheid van mensen leidt tot kwalitatief betere besluiten. Daarom moet betrokkenheid van mensen een vast onderdeel van het besluitvormingsproces worden.  Hierbij kunnen de nieuwste communicatiemiddelen ingezet worden. Alle mensen doen mee, dus ook de zwijgende meerderheid.

 

Door mensen echt te betrekken krijgen zij meer vertrouwen in politiek en bestuur. Als D66-er ga ik uit van een samenleving die gebouwd is op vertrouwen. Vertrouwen in mensen, in de keuzes die zij maken en in de verantwoordelijkheden die zij kunnen dragen. Een maatschappij, waarin mensen zoveel mogelijk zelf bepalen hoe hun leven en hun land worden ingericht.

 

En dat betekent dus dat mensen vaker dan eens in de vier jaar om hun mening gevraagd wordt.

 



Veronica Magazine

Charme wordt beetje bij beetje ontdekt. Schoonheid valt met de deur in huis. (Sigmund Graff)

 

Vandaag heeft Veronica Magazine een verkiezingscampagne gestart voor haar abonnees: stem sexy. Een achttal (potentiële) politici, waaronder ikzelf, is geïnterviewd en hierbij is een coverfoto gemaakt. Abonnees stemmen wie zij op de cover willen hebben. Aangezien het blad met het interview, lees: de inhoud van de politici, later uitkomt lijkt het stemmen nu te gaan om uiterlijk. De schoonheid valt dus letterlijk op de deurmat in huis.

 

Sommige mensen hebben al een politieke voorkeur, dus ik neem aan dat zij automatisch voor de partij stemmen en niet zo zeer om de coverfoto. Ook zijn er vast mensen die de moeite nemen om de politici op z’n minst te googlen alvorens hun stem uit te brengen. En er is vast een groep abonnees die toch echt stemt op basis van het plaatje. Ik zou zeggen wat maakt het uit. Voor mij is het al winst dat ik mensen bereik en nieuwsgierig maak naar Wassila als volksvertegenwoordiger.

 

De stelling dat mooie politici meer stemmen krijgen, daar ben ik het niet mee eens. Als volksvertegenwoordiger kun je niet glimlachen en je mond houden. Vroeg of laat gaat het om wat er uit je mond komt, de inhoud. Wel geloof ik dat de combinatie van inhoud, een open uitstraling, charisma en authenticiteit een succesformule is.

 

Het eerste wat mensen zien is je verpakking, pas later leren ze je van binnen kennen. Wie ik ben, waar ik voor sta, waarom ik een geschikte volksvertegenwoordiger ben, als ik dat mag omvatten als mijn charme in de woorden van Graff: mijn charme ontdek je beetje bij beetje.

 

 



Wassila en Politiek

Onlangs kreeg ik een mail met de vraag hoe het komt dat ik kandidaat Tweede Kamerlid ben. Goede vraag. Bij deze het antwoord.

 

Nee, ik ben niet als Jonge Democraat begonnen, ik ben pas 4 jaar lid. En nee, ik heb geen enorm actief verleden binnen de partij D66. Ik ben eigenlijk gewoon een trouwe D66 stemmer.

 

Ik stem D66 omdat ik sta voor de vrijheid van het individu, in alle opzichten. Of we het nu hebben over baas over eigen buik of euthanasie, of we het nu hebben over wel of geen hoofddoek opzetten, ik vind dat ieder mens de vrijheid moet hebben om zijn of haar leven te leiden zoals hij of zij dat zelf wil. Wij weten zelf wel wat we willen, wat goed voor ons is. Mijn vrijheid is immens belangrijk voor mij. En ik hoef vast niet uit te leggen dat D66 de enige partij is die hiervoor stond, staat en altijd zal blijven staan.

 

Na jaren D66-stemmer te zijn werd ik dan ook erg teleurgesteld toen de partij in 2006 tot een diepte punt zakte. In plaats van de partij de rug toe te keren, voelde ik mij geroepen om juist nu mijn keuze duidelijk te maken. Ik werd lid. Niet om per se actief te worden, maar in eerste instantie om geld te geven, mijn steun te betuigen. En zo ben ik langzaam aan mensen gaan leren kennen binnen de partij.

 

De afgelopen jaren heb ik me verbaasd over de gang van zaken in de politiek. Het geknabbel aan onze vrijheden door partijen als CU, SGP en CDA, maar ook hoe iemand als Geert Wilders de vrijheid van mensen wil beperken. Hoezo partij van de vrijheid? Als er één partij is die het woord vrijheid waardig is dan is dat D66 wel!  Intussen groeide bij mij steeds meer de passie en gedrevenheid om een andere koers te varen met ons land. Nederland moet staan voor vrijheden van mensen, Nederland moet staan voor goed onderwijs, Nederland moet staan voor participatie van mensen op de arbeidsmarkt. Want zonder vrijheid geen verantwoordelijkheid, zonder goed onderwijs geen toekomst en zonder participatie op de arbeidsmarkt geen participatie in onze samenleving.

 

Nederland liep ooit voorop, maar heeft inmiddels stilgestaan en dreigt zelfs stappen terug te doen. Dit kan niet! Ons land moet vooruit. Mijn skileraar riep altijd naar me: “ Wassila, look where you go”. Als je niet vooruit kijkt waar je naar toe skiet dan val je. En dat is precies wat ons land, wat wij ook moeten doen: kijken waar we naar toe gaan. Want alleen dan durven we keuzes te maken en alleen dan bereiken we onze doelen.

 

Toen ik begin 2009 gevraagd werd voor de schaduwfractie, het zogeheten “klasje van Pechtold”, heb ik ja gezegd. Waarom? Omdat ik denk dat ik een geschikte volksvertegenwoordiger ben. Niet omdat ik een defensie achtergrond heb en wat van economische zaken af weet. Ook heb ik geen historie binnen D66. Maar ik ben van mening dat een Tweede Kamerlid iemand is die een visie heeft over waar de toekomst van ons land ligt, iemand die persoonlijke drijfveren heeft die aansluiten bij zijn politieke partij. Een persoon die zich verantwoordelijk voelt voor onze samenleving, die weet wat er speelt in die samenleving, die open staat voor meningen, informatie en kennis van anderen en die beseft waar de grenzen van de politiek en de overheid liggen.

 

Oftewel, de overheid het juiste laten doen en het juiste goed laten doen, dat zie ik als mijn taak als kandidaat Kamerlid.

 





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Volg mij op Twitter


Kies voor verandering


D66 TV-spot 2010


online netwerken

mijn netwerken

Landelijk




D66 nieuws

woensdag 16 mei 2012

D66 in Europese "IT GETS BETTER"-video tegen homofobie

17 mei is het 'International Day Against Homophobia and Transphobia'. In het kader van deze dag hebben leiders en politici van de Europese Unie een videoboodschap opgenomen waarin zij aan de jeugd van ...    
dinsdag 8 mei 2012

"Braziliaanse organisatie frustreert VN-duurzaamheidstop Rio+20"

Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy is teleurgesteld dat het Europees Parlement geen officiële delegatie zal afvaardigen naar de VN-Duurzaamheidstop Rio+20. Gerbrandy, die deze delegatie namens he ...